Overspannen thuis

Overspannen thuis

Bert Hendriks zit al drie maanden overspannen thuis. Bert Hendriks *) uit Roden is 34. Hij zit overspannen thuis. Drie maanden geleden is hij op advies van de huisarts thuis gebleven om tot rust te komen. “Maar ik voel me niets rustiger”, vertelt hij mij tijdens ons eerste gesprek. “Ik kom tot niets meer en thuis vlieg ik tegen de muren omhoog. Gisteren begon de keuringsarts over werkhervatting. Maar ik moet er niet aan denken.” De afgelopen jaren heeft Bert nogal op zijn tenen gelopen. Hij is niet iemand die snel klaagt. Hij heeft heel lang rondgelopen met klachten en onvrede zonder dat iemand dat wist. Totdat een collega hem zó dwars ging zitten, dat hij ineens uit zijn vel knapte. Iedereen schrok ervan. Het was de druppel die de emmer deed overlopen. Sindsdien is hij niet meer op het werk geweest.

Kringetje doorbreken
“Een hele tijd al zijn er dingen op het werk die me niet lekker zitten”, vertelt hij. “Steeds moet ìk mijn vakantie op het laatste moment verschuiven, omdat er anders niemand op de zaak is. Ze hebben me opslag beloofd, maar die krijg ik alsmaar niet. En met mijn collega klikt het totaal niet.” Bert Hendriks is erg tegen zijn werk gaan opzien. Hij is er ook al een paar maanden uit. Het wordt een kringetje. Hij ziet er tegen op, hij blijft thuis, hij ziet er nog méér tegen op, hij blijft helemáál thuis, enzovoort. Zijn lichamelijke klachten worden niet beter, maar juist erger. Dat kringetje moet doorbroken worden. Ik leg hem uit, dat een tijdje thuis ‘tot rust komen’ op zich goed is om te voorkomen dat je overspannen wordt. Maar het lost geen enkel probleem op. Als je problemen zich voordoen op het werk, is je werk – als het maar enigszins mogelijk is – de plaats waar je ze moet oplossen.

Aan de bel trekken
Ik stel Bert voor, dat hij met zijn baas belt en hem om een gesprek vraagt. Hij ziet er tegenop, maar stemt ermee in. Het plan is om diezelfde week een keer te gaan koffiedrinken op het werk. En volgende week een paar keer. Uiteindelijk gaat Bert na een paar weken weer aan het werk, ‘op therapeutische basis’. Hij loopt dan nog in de Ziektewet, maar gaat voor een klein aantal uren per week naar de zaak. Dat is een goede manier om weer te wennen aan de werksituatie. In onze gesprekken ontdekt Bert dat hij vaak te lang doortobt over dingen die hem dwarszitten. Hij zou op zijn werk eerder aan de bel moeten trekken. Dat bespreken we samen en we oefenen hoe hij dat kan doen. Ook ziet Bert dat hij snel denkt dat andere mensen negatief over hem zullen denken. Vaak klopt dat niet. Bert leert deze gewoonte wat te verminderen. Natuurlijk twijfelt Bert ook af en toe: “Ik heb al gauw het gevoel dat ik klaag en ontevreden ben. Dan denk ik dat mijn baas mij niet meer ziet zitten”. Toch praat hij een paar keer met zijn baas over de dingen die hem op het werk dwarszitten. Dat lucht hem op.

Doorgezet
Kort geleden heb ik mijn laatste gesprek met Bert Hendriks gehad. Hij was weer helemaal aan het werk. Het was zwaar voor hem geweest om weer aan het werk te gaan. Bert vertelt hierover: “Soms stond het zweet me echt in de handen. Maar ik ben blij dat ik heb doorgezet. Ik heb het nu meer naar mijn zin dan vroeger. Het heeft echt geholpen dat ik met mijn baas heb gesproken. Als dingen me dwarszitten, spaar ik ze niet zo lang meer op. Ik zeg er eerder iets van. Dat helpt. Een half jaar geleden dacht ik nog dat de WAO voor mij de enige uitweg was… ”