Eerst de WK zien

Meneer Bakker uit Hoogeveen is de negentig al gepasseerd en woont sinds kort in een verzorgingshuis. Hij vindt het wel genoeg geweest. Dat laat hij te pas en te onpas weten aan mij en aan alle anderen die voor hem zorgen: “Ik ben bijna blind, ik kan mijn plas niet goed meer ophouden, de gewrichten zijn versleten en iedereen die me lief is, ligt al op het kerkhof. Waarvoor zou ik dan in vredesnaam dan nog verder moeten leven?”

Meneer Bakker wil dus sterven. Dat is op zich niet zo onvoorstelbaar. Oud worden brengt allerlei lichamelijke kwalen met zich mee. En steeds meer dierbare mensen uit zijn omgeving zijn weggevallen. Dat doet nogal een beroep op iemands incasseringsvermogen. In mijn werk bij de RIAGG Drenthe kom ik regelmatig mensen tegen, die – net zoals meneer Bakker – zeggen dat ze eigenlijk wel dood willen. Als ik daar serieus op in ga, blijkt dat velen tegelijkertijd ook bang zijn om dood te gaan. Vaak lijkt vooral de zin van hun leven er niet meer te zijn. Ze kunnen niet meer doen wat ze graag willen. En ook eenzaamheid komt om de hoek kijken. Al met al een groot probleem, waar geen simpele oplossing voor is. Wel kunnen we kijken hoe iedere dag in ieder geval zo prettig mogelijk kan zijn.

Dat heb ik ook met meneer Bakker besproken. Uiteindelijk ging hij er voorzichtig mee accoord dat we een paar dingen zouden doen. Hij stemde ermee in dat hij medicijnen zou krijgen tegen zijn angsten en sombere stemmingen. Verder kon met het verzorgingshuis geregeld worden dat meneer Bakker voortaan door een broeder geholpen wordt bij het wassen en verschonen. Want een zuster die hem wast, dat vond hij vreselijk vernederend.

Langzaamaan is meneer Bakker zich wat thuis beginnen te voelen in het verzorgingshuis. Toen ik hem daar een paar weken geleden bezocht was ook daar de ‘Oranjekoorts’ uitgebroken. Glunderend met een bakje koffie in de huiskamer zat meneer Bakker commentaar te leveren: “Gullit heeft zich weer naar ItaliĆ« terug laten vliegen. Wat denkt die snotneus wel? Dat-ie God zelf is? Nou zonder hem redden we het ook wel hoor!” Direct daarna, toen hij mij in de gaten kreeg, vervolgde hij zichtbaar geĆ«motioneerd: “Zal ik je eens wat vertellen? De verpleging laat speciaal voor mij een grootbeeld-TV plaatsen met de WK!”

Na een korte stilte voegde hij er met pretlichtjes in zijn ogen ironisch aan toe: “Nou, dan zal het er voor mij wel op neerkomen, dat ik eerst Oranje wereldkampioen wil zien worden en dan pas dood gaan!”